menu

Geef nu

Indonesie 12-12

Help de slachtoffers in Indonesie

Geef nu

Indonesië 12-12

© IFRC

Hulpverleners in Sulawesi: helpen tussen angst en hoop
09/10/2018

Twee aardbevingen en een tsunami. Daarvan probeert het Indonesische eiland Sulawesi recht te krabbelen. Maar op dinsdag 9 oktober beefde de aarde opnieuw. Consortium 12-12 belde met Iris Van Deinse, woordvoerster van het Nederlandse Rode Kruis, die ter plaatse is.

“Het was half zes in de ochtend, we lagen allemaal te slapen”, vertelt Iris aan de telefoon. “Plots hoor je mensen gillen, voel je de grond onder je bewegen en zie je iedereen wegrennen. Dan doe je één ding: als de bliksem je schoenen aantrekken en naar buiten gaan. De angst voor nog meer naschokken, aardbevingen en tsunami’s heerst heel erg onder de mensen hier. Iedereen slaapt buiten, want er is weinig om naar terug te keren: of wel ligt je huis plat, of wel durf je je huis niet binnen, uit angst dat het neerstort bij een nieuwe beving.”

Eén grote ravage

De nieuwe aardbeving leverde op het eerste zicht geen extra schade op. Iris: “Maar je moet goed beseffen dat het hier gewoon al één grote ravage is. Er staat niet veel meer recht. Sowieso zijn er wel nog wat gewonden gevallen, ik kruiste een moeder met haar zoontje die een hoofdwonde had door de aardbeving. De ellende is gewoon al zó groot dat je niet meer kan zeggen wat nieuw is of wat niet…”

© Plan International

 

Toch zijn er elke dag hoopvolle momenten. Waar Iris tot nu toe kwam – in Sigi, Palu en Donggala- heerste er een grote solidariteit onder de gemeenschappen. “Mensen uit dezelfde buurt wonen samen in dezelfde kampen en iedereen probeert mekaar te helpen. Iedereen is afhankelijk van hulp en van trucks die drinkwater en levensmiddelen brengen. Je ziet ook wel heel veel mensen op straat bedelen, net omdat die trucks daar passeren. Kinderen, ouderen, sterke volwassen mensen: iedereen lijdt honger. Bovendien is zuiver water schaars. De nood is heel hoog, dat is echt schrijnend om te zien.”

Dag per dag beter

Zuiver water en voedsel worden volop uitgedeeld, maar gezien het wegennet verwoest is door de aardbevingen, kunnen niet alle regio’s bereikt worden. “Toch zie je dat de verdeling met de dag beter op gang komt”, zegt Iris hoopvol. “Maar helaas niet voor iedereen. Er zijn op dit moment nog steeds afgesloten gebieden, dorpen die we nog niet hebben kunnen bereiken. Met de medische teams zoeken we die gebieden zoveel mogelijk op en richten er mobiele medische klinieken op. De slachtoffers lijden vooral aan diarree door de slechte levensomstandigheden en het gebrek aan zuiver water. Dat veroorzaakt ook huidproblemen. Daarnaast zijn er ook tal van gewonden die verzorging nodig hebben.”

© IFRC

 

Hartverscheurend hopen

Heel veel mensen proberen het normale leven weer zo goed als mogelijk op te pikken. “Winkeliers proberen hun winkel weer te openen, mensen proberen hun huis her op te bouwen of op z’n minst er een bewoonbare beschutting van te maken. Maar die veerkracht verschilt natuurlijk van persoon tot persoon: er zijn ouders die hun kinderen zijn verloren. Kinderen die hun moeder verloren. Een man die zijn geliefde heeft zien sterven… Ik ontmoette een tante van een kindje dat alleen nog maar in haar armen kon zijn, anders was ze de hele tijd hartverscheurend aan het huilen. Het meisje is door de aardbeving haar vader verloren en de moeder is sindsdien vermist. Dat is heel heftig om te zien, wat het met een kind doet – al die chaos, al die verwarring en angst en dan beseft het meisje nog niet eens dat mama en papa er niet meer zijn…”

In Sigi sprak ik met een man die op zoek was naar zijn 15-jarige dochter. Op het moment dat de tsunami alles in Sigi overspoelde, was een groep van 200 kinderen op bijbelkamp. Ze was één van hen, maar de tsunami verwoestte alles. Sinds die dag, tien dagen geleden, ontbreekt van zijn meisje elk spoor. De vader kon niet stoppen met huilen.”

Maar er zijn ook hoopvolle verhalen. “Een vrijwilliger van het Indonesische Rode Kruis (PMI) vond op maandag 8 oktober zijn familie terug, na een ganse week zoeken. Zo’n momenten geven hoop. Dat, en de dankbaarheid die je bij de mensen voelt wanneer je ze kan helpen. Daar moet je je aan vastklampen. En de Sulawesiërs ook, om opnieuw recht te staan en hun leven weer proberen op te pikken.

 

Het Belgische Rode Kruis maakt deel van het Consortium 12-12.