JA ! Met geld kunnen zoveel mogelijk ter plekke benodigheden gekocht worden, kunnen lokale mensen ingehuurd worden. De transportkosten worden dus zo klein mogelijk gehouden en de lokale economie wordt ondersteund.
Het Consortium organiseert geen inzameling van goederen (voedsel, kleding, dekens,… ) om verschillende redenen:
Ook voor medicijnen geldt dit:
Wij appreciëren uw medeleven en steun maar de NGO’s hebben geen nood aan vrijwilligers voor de getroffen regio. Enkel beroepsmensen met een specifieke opleiding zijn naar de getroffen regio vertrokken. Deze mensen zijn reeds bij voorbaat gekend omwille van hun expertise en worden opgeroepen als dat nodig is.
Wie toch wil doorzetten reist af op eigen verantwoordelijkheid en risico!
Het is natuurlijk mogelijk om zich als vrijwilliger in Vlaanderen in te zetten voor solidariteitsacties in eigen wijk, gemeente, vereniging of bedrijf….
We organiseren GEEN inzameling van medicijnen
Aan deze regels moeten wij ons strikt houden.
Om in aanmerking te komen voor een fiscaal attest moesten giften direct op ons rekeningnummer 000-0000012-12 gestort worden, dus niet via een verzamelrekening.
Er kan gebruik worden gemaakt van alle beschikbare betalingsmiddelen (overschrijvingsbulletin, phonebanking, PC-banking, on-line-giften)
SMS-stortingen komen NIET in aanmerking.
Stortingen vanaf € 40 (totaal over één jaar, vanaf 2011) op rekeningnummer 000-0000012-12 kwamen in aanmerking voor een fiscaal attest.
Fiscale attesten worden voor stortingen vanaf 40 € in 2011 automatisch opgestuurd naar de donateur. De verzending gebeurt in maart 2012, goed op tijd voor uw belastingsaangifte.
Voor stortingen op rekening 000-0000012-12 is er een tijdsbeperking. Enkel stortingen gedaan tot eind 2011 geven recht op een fiscaal attest.
Wanneer een natuurramp of humanitaire crisis uitbreekt en er meestal dringend veel financiële middelen nodig zijn, kan samenwerking de vrijgevigheid en solidariteit van de bevolking aanmoedigen. In dit perspectief werd 26 jaar geleden reeds een Consortium voor Noodhulp(situaties) opgericht, met als voornaamste doel de communicatie naar het publiek te bundelen en efficiënte contacten te leggen met pers en media, met als nevendoelstelling zo weinig mogelijk kosten te maken.
Het Consortium voor noodhulpsituaties beschikt over een gezamenlijk rekeningnummer waarmee het de overheden en het publiek in België bij zware humanitaire catastrofes tot de nodige solidariteit kan bewegen.
De samenwerking is begonnen eind van de jaren zeventig, rond een hongersnood in Somalië en het einde van de genocide in Cambodja. Tijdens de voorbije decennia is de samenstelling van het Consortium geëvolueerd, maar niet de manier van werken: op pragmatische wijze krachten bundelen met het oog op een optimale steun aan de slachtoffers.
Gedurende al die jaren heeft het Consortium het hoofd geboden aan een indrukwekkende lijst van zware crisissen, onder meer de hongersnood in Ethiopië en de Sahel (1984), de campagnes “Afrika Sterft” (lente 1991) en “ overLeven” (najaar 1992), de Rwandacrisis (1994), Help Kosovo” (1999), Help India (2001), de vulkaanuitbarsting in Goma (2002) en de zeer succesvolle Tsunami 12-12 (2005), de aardbeving in Haïti (2010) en de overstromingen in Pakistan (2010).
Het Consortium voor Noodsituaties telt vandaag de volgende leden: Caritas International, Handicap International, Oxfam Solidariteit, Dokters van de Wereld en UNICEF België. Deze vijf organisaties beschikken over gespecialiseerde diensten voor noodhulp en maken deel uit van een internationaal netwerk, hetgeen toelaat snel overal ter wereld efficiënte hulp te bieden. Tijdens humanitaire operaties werken deze organisaties, via hun lokale afdelingen of internationale structuren, ook vaak daadwerkelijk samen in de hulpverlening op het terrein.
Gelden die in het kader van campagnes van het Consortium voor noodhulpsituaties worden ingezameld worden onder de lidorganisaties van het Consortium verdeeld op basis van een vooraf afgesproken verdeelsleutel. Met de toegewezen fondsen zetten de lidorganisaties noodhulpinterventies op het terrein op.
Telkens als er een gezamenlijke inzamelingsactie wordt opgezet worden de giften die op het centrale rekeningnummer terechtkomen, verdeeld onder de vijf humanitaire lidorganisaties op basis van een verdeelsleutel, die jaarlijks wordt herberekend.
Deze verdeelsleutel houdt rekening met de steun en sympathie voor de organisaties vanwege het publiek, uitgedrukt in de giften die ze ontvangen hebben vanwege de Belgische bevolking over de voorbije drie jaren. Eventuele kosten voor het organiseren van de fondsenwerving, worden eveneens verdeeld volgens dezelfde verdeelsleutel.
Caritas International : 16,09%
Dokters van de Wereld : 5,82%
Handicap International : 17,32%
Oxfam-Solidariteit : 17,07%
Unicef België : 43,70%
Deze verdeelsleutel geldt voor de leden van het Consortium, die allen erkende noodhulporganisaties zijn. Wanneer er voldoende middelen zijn ingezameld om de noodhulpfaze te financieren, kunnen relevante projectvoorstellen van niet-leden ook voor financiering worden weerhouden.
Het consortium maakt tussentijdse balansen van de ontvangen en verdeelde giften. Aan het einde van de campagne maken we via de pers de eindbalans bekend. De rekeningen van het Consortium worden onderworpen aan een externe audit en aan controle door het Ministerie van Financiën.
Het Consortium is vooral gericht op een goede communicatie met het publiek en efficiënte contacten met pers en media. Onze doelstelling is zo weinig mogelijk kosten maken en ze zo transparant mogelijk weergeven. Dus krachten bundelen met het oog op een optimale steun aan de slachtoffers.
Het Consortium heeft het hoofd geboden aan een indrukwekkende lijst van zware crisissen, onder meer de hongersnood in Ethiopië en de Sahel (1984), de campagnes “Afrika Sterft” (lente 1991) en “ overLeven” (najaar 1992), de Rwandacrisis (1994), Help Kosovo” (1999), Help India (2001), de vulkaanuitbarsting in Goma (2002) en de zeer succesvolle Tsunami 12-12 (2005), de aardbeving in Haïti (2010), de overstromingen in Pakistan (2010) en dit jaar, « Stop Honger in Oost-Afrika ».
De vijf organisaties van het Consortium beschikken over gespecialiseerde diensten voor noodhulp en maken deel uit van een internationaal netwerk, hetgeen toelaat snel overal ter wereld efficiënte hulp te bieden. Tijdens humanitaire operaties werken deze organisaties, via hun lokale afdelingen of internationale structuren, ook vaak daadwerkelijk samen in de hulpverlening op het terrein.
Les membres du Consortium ont besoin de moyens afin de pouvoir combattre au mieux les conséquences dramatiques de cette crise complexe. Ils veulent attirer l’attention du public et des médias sur la situation en Afrique de l’Est.
Le Consortium se focalise surtout sur une bonne communication avec le public et des contacts efficaces avec la presse et les médias. Notre objectif est d’engendrer le moins de coûts possible et de les rendre les plus transparents possible. Autrement dit, nous essayons de joindre nos forces dans l’optique d’offrir un soutien optimal aux victimes.
Le Consortium a fait face à une liste impressionnante de crises majeures, telles que la famine en Éthiopie et au Sahel (1984), les campagnes « l’Afrique meurt » (printemps 1991) et « surVivre » (automne 1992), la crise rwandaise (1994), « SOS Kosovo » (1999), « SOS Inde » (2001), l’éruption volcanique à Goma (2002), l’opération très réussie « Tsunami 12-12 » (2005), le séisme en Haïti (2010), les inondations au Pakistan (2010) et cette année « Stop Famine Corne de l’Afrique ».
Les cinq organisations du Consortium disposent de services spécialisés dans l’aide d’urgence et font partie d’un réseau international, ce qui leur permet d’offrir rapidement une aide efficace partout dans le monde. Dans le cadre d’opérations humanitaires, ces organisations sont actives via leurs antennes locales ou leurs structures internationales et collaborent souvent réellement sur le terrain.
Tienduizende mensen zijn voor de honger op de vlucht en volledig afhankelijk van noodhulp. In delen van Kenia, Ethiopië, Djibouti en Somalië is door het uitblijven van twee regenseizoenen al sinds vorig jaar sprake van zeer ernstige droogte en de verwachting is dat regen nog lang zal uitblijven. Hierdoor worden meer dan 10 miljoen mensen door hongersnood getroffen, de ergste hongersnood in 60 jaar.
Vanuit Somalië trekken dagelijks duizenden mensen de grens over, naar opvangkampen in Kenia en Ethiopië. De kampen zijn door een toestroom van 2.100 vluchtelingen per dag overvol en er zijn grote tekorten. Kinderen en vrouwen zijn het meest kwetsbaar. In de hele regio zijn meer dan 2 miljoen kinderen ondervoed. De nomadische veehouders in de getroffen gebieden migreren met hun kuddes naar die gebieden waar nog te grazen valt, wanhopig op zoek naar water. De overgebleven graasgronden raken uitgeput en onderlinge conflicten dreigen.
Ja, maar het gaat om een combinatie van factoren: in sommige landen is er, naast droogte, ook sprake van geweld door extremistische groeperingen. Maar een feit is dat de droogte allang aan de gang is. Dat betekent dat alle waterbronnen inmiddels nagenoeg opgedroogd zijn. Mensen slaan massaal op de vlucht, op zoek naar water en voedsel. Hun vee is uitgestorven, de oogsten zijn mislukt.
De Hoorn van Afrika is de oostelijke punt van dit continent en wordt gevormd door de landen Kenia, Somalië, Dijbouti en Ethiopië.
In grote delen van de gebieden leven mensen van hun vee, waar het door de droogte slecht mee gaat. Bovendien zijn vele oogsten mislukt. Het voedsel dat aanwezig is, is bijna onbetaalbaar geworden. Door schaarste zijn de prijzen enorm gestegen: in sommige gebieden is er al sprake van een prijsstijging van 240%.
Nee, de situatie is veel complexer dan dat. Voedseltekort in de mate zoals in de Hoorn van Afrika leidt tot ondervoeding. Dat is niet alleen met gewone voeding op te lossen. Er is daarnaast ook speciale voeding nodig met extra vitaminen, mineralen etc. om ondervoede mensen te kunnen helpen. Zo bestaan er speciale pasta’s op basis van pinda’s met extra voedingstoffen en calorieën. Hierdoor zouden kinderen al snel zo’n kilo per week aan kunnen komen. Daarnaast heb je er geen water voor nodig omdat je het als een candybar kunt eten.
De leden van het Consortium 12-12 hebben middelen nodig om de dramatische gevolgen van deze complexe crisis zo goed mogelijk te bestrijden. Ze willen daarom bij publiek en media aandacht vragen voor de situatie in Oost-Afrika. Vandaar de lancering van 12-12 'Stop de Honger in Oost-Afrika'.
Alle deelnemende organisaties van het Consortium werken al langer in de getroffen gebieden. Er wordt gewerkt met de veeboeren en hun families, via eigen programma’s of partnerorganisaties. Deze programma’s hebben ertoe geleid dat veel mensen minder kwetsbaar zijn voor de droogte. Maar op dit moment houdt de droogte al te lang aan. Mensen zijn al op de vlucht geslagen en de verwachting is dat de situatie in de komende maanden niet beter gaat worden. De leden van het Consotrium doen wat ze kunnen om de gevolgen van de droogte in te dammen. Daarbij zijn alle bijdrages meer dan welkom.
In veel landen wordt door de overheden gewerkt om de situatie het hoofd te bieden: er zijn bijvoorbeeld vluchtelingenkampen, en er wordt samengewerkt met het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (VN) bij het distribueren van voedselhulp. Ook de Belgische overheid draagt zijn steentje bij en maakt geld vrij voor de noodhulp.
Voor meer informatie kan u terecht bij VAIS (Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking) of DGOS (Belgische Ontwikkelingssamenwerking).
Des dizaines de milliers de personnes fuient la famine et dépendent entièrement de l’aide humanitaire.
Dans certaines parties du Kenya, de l’Éthiopie, du Djibouti et de la Somalie, il n’est tombé que quelques gouttes d’eau en deux saisons des pluies, provoquant ainsi une sécheresse sévère alors que les prévisions restent pessimistes et n’annoncent pas de précipitations avant encore un bon bout de temps. Plus de 10 millions de personnes sont frappées par la famine, considérée comme la plus grave de ces 60 dernières années.
En provenance de Somalie, des dizaines de milliers de personnes passent la frontière pour se rendre dans des camps de réfugiés au Kenya et en Éthiopie. Avec 2 100 réfugiés qui y affluent chaque jour, les camps sont confrontés à de grandes pénuries. Les enfants et les femmes sont les plus vulnérables. Plus de 2 millions d’enfants dans la région souffrent de malnutrition. Les éleveurs de bovins nomades des régions atteintes émigrent avec leurs troupeaux vers des régions plus herbeuses dans l’espoir désespéré de trouver de l’eau. Les pâturages restants s’épuisent et des conflits semblent poindre à l’horizon.
Oui, mais il s’agit d’une combinaison de facteurs : certains pays ne souffrent pas seulement de la sécheresse mais également de la violence de la part de groupuscules extrémistes. Mais il est clair que la sécheresse est présente depuis un bout de temps et que tous les points d’eau sont quasiment à sec. Les gens fuient en masse à la recherche d’eau et de nourriture. Leur bétail se meurt et les récoltes sont maigres.
La Corne de l’Afrique est le point Est du continent et est formé par le Kenya, la Somalie, le Djibouti et l’Éthiopie.
Dans de nombreuses parties de ces régions, les gens vivent de leur bétail or celui-ci souffre à cause de la sécheresse. De plus, beaucoup de récoltes n’ont rien donné. Le peu de nourriture restante est devenue presque inabordable. À cause de la pénurie, les prix ont augmenté de manière drastique : dans certaines régions, on parle d’une augmentation de prix de 240 %.
Non, la situation est plus complexe que cela. La pénurie alimentaire, telle qu’elle se présente dans le Corne de l’Afrique, engendre la sous-alimentation. On ne peut pas résoudre ce problème uniquement avec de la nourriture « simple ». Il faut une nourriture spéciale contenant un supplément de vitamines, de minéraux, etc. afin de pouvoir aider les personnes sous-alimentées. Ainsi, des pâtes spéciales existent à base d’arachides et contiennent des substances nutritives et des calories supplémentaires. Grâce à cela, les enfants pourraient très vite prendre 1 kilo par semaine. De plus, il n’y a pas besoin d’eau car on peut les consommer comme des barres de céréales.
Toutes les organisations participant au Consortium sont actives depuis longtemps dans les régions touchées. Elles y travaillent avec les éleveurs et leur famille dans le cadre de leurs propres programmes ou avec des organisations partenaires. Grâce à ces programmes, de nombreuses personnes sont aujourd’hui moins vulnérables face à la sécheresse. Mais celle-ci perdure depuis trop longtemps. La population a commencé à fuir et toutes les prévisions indiquent que la situation ne s’améliorera pas dans les prochains mois. Les membres du Consortium font ce qu’ils peuvent pour endiguer les conséquences de la sécheresse. Et toutes les contributions sont plus que bienvenues.
Dans beaucoup de pays, les autorités s’appliquent à faire face à la situation : il y a par exemple des camps de réfugiés et on collabore avec le programme alimentaire mondial des Nations Unies (NU) lors de la distribution du secours alimentaire. Le gouvernement belge apporte également son aide et libère des fonds pour les secours.